Het nieuwe Timberborn is de meest Betuwse game ooit gemaakt

Water is maakbaar

Denkend aan Holland zie ik vlijtige bevers een traag rivierenlandschap naar hun hand zetten. Beverkoloniesimulator Timberborn uit Polen is misschien wel een van de meest Nederlandse games ooit gemaakt. Nee – de meest Rivierenlandse, vindt deze Betuwenaar.

Vonjai trekt de kohlrabi uit de grond, een voor een. Haar beverhandjes krabben in de grond en dan rent ze, kool in de hand, snel terug naar de boerderij. Achter haar hoort ze de adem van de jonge Kelraz. Onregelmatig. Schor. En uiteindelijk, stokkend. Hij valt neer in het koolveld, onder de schaduw van de grote rotsbrug boven hun hoofden.

Hij is niet meer.

Vonjai is alleen, de enige bever in deze vallei, vastgeklemd tussen vreemde rotsformaties. Alleen in de broedtank drijft een enkel embryo, langzaam groeiend. Over een paar dagen zal ze weer kleine beverkreetjes horen, maar voor nu zal ze haar eigen water moeten halen, haar eigen voedsel moeten kweken, moeten slapen in een lege hal bestemd voor tientallen levens.

Het is mijn schuld.

Zie, er loopt vanuit twee bronnen water de vallei in. Boven, op een iets hoger rotsplateau, druipt er in het natte seizoen water uit een kleine grot. Verderop stroomt water vanuit de aftakking van een verre rivier een lagergelegen bassin in. Ik heb ze afgedamd, zodat het water een paar meter diep staat als de rivier droogvalt.

Genoeg voor tien bevers, voor twee weken. Maar dertig bevers en twintig dagen? Vergeet het. En dan moet het vuile water nog komen.

Turen vanuit het gras

Als tiener droomde ik van eenzaamheid. Na een moeilijke dag op school, een ruzie met een vriendin, slechte rapporten of een lange dag met saaie lessen, fantaseerde ik over uitgestrekte velden in het rivierenlandschap van de Betuwe. Het bewijs heb ik nog: ik maakte vele krijttekeningen van gras en vrouwen die omhoog keken naar heldere nachten.

Gras, maan, vrouw. En vaak het water. Ik groeide op nabij een arm van de Rijn die liefkozend de Lek wordt genoemd. Als de tekeningen me niet genoeg waren, dan wachtte ik tot het donker en liep ik naar de dijk, door de uiterwaarden, naar de rivier. Daar stond ik dan, turend naar de golven. Ik waande me alleen.

Ik ben nu ouder en wijzer. De eenzaamheid lonkt niet meer zo. Ik zie Vonjai die in haar eentje door de groene velden holt, van de rivier naar de boerderij, en denk: die tienerversie van mezelf had het prachtig gevonden. Een Nederlandse idylle.

Totdat ik er achter kwam hoe het was om mensen kwijt te raken. Daarna hoefde het niet meer.

Spelmechanisch zal ik nog dagen niks aan hem hebben. Maar er schuilt een belofte in die paar rondbanjerende pixels – Vonjai is gered.

Wanhopige bevers

Ik noem Timberborn soms gekscherend de meest Nederlandse stadsbouwgame die ik ooit gespeeld heb. Het is een spel waarin alles draait om het water, waar het leven plaatsvindt in de groene, vruchtbare zones die je met pijn, moeite en rivierklei hebt gevormd uit grillige rivieren.

Des Rivierenlanders plukt Vonjai in de doodse stilte van de uiterwaarden bloemen. Ze kijkt op naar de ondergaande zon die wegzinkt achter de rivier, beeld ik me in. Zou ze denken aan hoe het moet zijn geweest om haar familie te zien bezwijken, de doodszucht van een moeder of vader, broer of zus? Aan hoe ineens het geheugen van haar hele bevervolk is teruggebracht tot alleen haar, een enkele taaie strijder?

Blijdschap: drie dagen later rolt dat ene inmiddels volgroeide beverembryo uit zijn tank. Spelmechanisch zal ik nog dagen niks aan hem hebben, hij moet volwassen worden voordat hij taken kan uitvoeren. Maar er schuilt een belofte in die paar rondbanjerende pixels – Vonjai is gered. Ze zal niet haar hele resterende beverleven in totale eenzaamheid hoeven doorbrengen.

Als je het kil wil omschrijven, is Timberborn een stadsbouwgame met invloeden van het koloniemanagement-genre. Genres over complexe systemen en onvoorspelbare individuen, genres die ik goed ken. Vaak pik ik een nieuwe uit de Steam-releaselijsten en speel ze een paar dagen, tot een stad goed draait. Dan is de lol weg. Bouwen is leuker dan behouden. Zeker in klassieke stadsbouwers als Cities: Skylines, die je murw beuken met planologie.

Maar Timberborn, die deze week eindelijk een volle release kent, speel ik al jaren. Het bewandelt perfect de weg tussen ‘stadsbouw’ en ‘kolonie’: elk foutje in de ruimtelijke ordening kan eindigen in zo’n eenzame bever.

Ik denk aan de nieuwe trailer die de Poolse ontwikkelaar Mechanistry in de opmaat naar de volledige release deze week deelde. De wanhopige bevers die door het stervende landschap trekken, de doodsangst in hun ogen, de verlossing wanneer ze eindelijk een oase bereiken. Tranen. Ik startte een nieuwe sessie, zette de moeilijkheidsgraad op  ‘normal’ en werkte een paar dagen alleen maar aan een beverparadijs.

Dammetjes

Mijn jeugd loopt net zoals die van veel Nederlandse millennials over van de kampeerherinneringen. Zeker mijn vader heeft altijd een diepe liefde voor de Balkan gehad. Ik herinner me niet veel van al die campingtripjes, maar ik herinner me wel de rivieren.

Die lange dunne stroompjes midden in het bos, met de uitgestrekte takken van bomen die als rudimentair dak zo hoog boven mijn kleine kinderhoofdje hingen. Ik staarde naar steentjes in het water. Ze braken het water op in kolkende stroompjes.

Ergens sloeg de stemming altijd om. We gingen zoeken naar lange takken, kleine boomstammen, grotere keien. We sleepten ze uit een soort oerinstinct naar het water en slingerden ze erin.

Ik beeldde me in dat we zo de hele rivier konden afdammen. Waarom, waar het water dan naartoe zou moeten, daar dacht ik niet aan. Alleen: het water was daar, we konden een dam bouwen. Waarom niet? Water is maakbaar.

Schoon water

Timberborn vindt plaats op een post-apocalyptische aarde zonder mensen. Je ziet onze reflectie in dode natuur, uitgestorven flatgebouwen, het vervuilde water. Bevers maken nu de dienst uit, maar zij kampen met een wereld waar schoon water slechts sporadisch zijn opwachting maakt.

Dus ga je elk gebied in met de wetenschap dat het water op elk moment voor dagen of weken kan verdwijnen en daarmee het leven: bomen, voedsel. Je legt een boerderij aan, een houthakker, een waterpomp. Maar dan begint de game pas.

Ik denk aan 1995, achter in de auto van mijn vader, de stoelen op de tafels in het klaslokaal, de kat in de achterbak, het woord evacuatie en de angst: zal ons huis onderlopen?

Timberborn vraagt je probleemoplosser te worden, Deltaplanbouwer. Dat Nederlandse instinct dat me ertoe dreef om boomstammen het Kroatische water in te sleuren grijpt me. Ik begin met een dammetje in de rivier om ervoor te zorgen dat niet alles meteen wegstroomt bij droogte en ik eindig met iets dat zoveel groter is.

Want denkend aan Vonjai realiseer ik me: ik moet verder vooruitdenken. Ik heropen haar save en plan een dam, meters hoog, die het water moet verzamelen dat van ver de vallei in stroomt. Ik zal een deel onder water zetten om te voorkomen dat deze tragedie zich ooit opnieuw voltrekt.

Ik kijk toe hoe mijn eerste poging, zo enthousiast, ook alle akkers laat volstromen, met hongersnood tot gevolg. Ik denk aan 1995, achter in de auto van mijn vader, de stoelen op de tafels in het klaslokaal, de kat in de achterbak, het woord evacuatie en de angst: zal ons huis onderlopen?

Ook dat wordt opgelost, maar het is niet genoeg. Het vervuilde water rolt naar binnen. Ik bouw sluizen die schoon van vies water scheiden, diep in de grot en ver weg van waar de rivier afsplitst. Ik denk na over waterdruk, over hoe ik ervoor zorg dat mijn kersverse waterreservoir nog verder volloopt. Ik laat mijn bevers mechanische waterpompen bouwen die minireservoirs vullen en gaten blazen in de rotsmuur om het water meer ruimte te geven.

We dammen de rivier af, de bevers en ik: plank voor plank, boomstam voor boomstam. Het water stuwt hoger. De vallei loopt vol.

Ik denk aan Vonjai. Wanneer de eerste blokken van de dam gelegd worden, trekt zij haar pootjes nog een keer uit de natte landbouwgrond. Ik stel me voor dat ze het hout ziet, de inmiddels zes nieuwe beverlijfjes die vlijtig elke tak op de juiste plek leggen. Dat ze denkt dat het goed is.

Vonjai sterft voordat haar beverkolonie de dertig bewoners weer aantikt. Vijftig dagen later zullen er honderd bevers wonen. Tweehonderd. Driehonderd.

Ik laat de save gaan. Mijn dammetje is gebouwd, de gemeenschap gered. Alleen Vonjai blijft door mijn hoofd spoken.

Ik ga over haar schrijven, denk ik.

Timberborn’s 1.0-versie is nu verkrijgbaar.

Foto van Len Maessen
Len Maessen
Werd twintig jaar geleden per ongeluk geronseld door een Zweedse esportssite en bleef plakken. Speelt rare games. Schrijft sinds 2018 voor NRC Handelsblad over games als kunst én economische motor. Kippenvrouw bij de lokale omroep.
3 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties