Black Flag is het hart van Assassin’s Creed

Running down to Cuba

Black Flag is de beste Assassin’s Creed-game ooit gemaakt.

Nee, niet ‘de beste piratengame van Ubisoft’, al mag hij wat mij betreft meedingen voor de prijs van beste Ubisoft-game in het algemeen. ‘Black Flag is geen Assassin’s Creed-game’,  ammehoela. De game gaat juist uitmuntend in gesprek met de vraag wat het überhaupt betekent om een assassin te zijn – om vrijheid in je hart te dragen.

We leven in een tijd van remakes en remasters en dat vinden we allemaal frustrerend, een teken van creatieve moeheid in de industrie. Ik ook. Maar remake Assassin’s Creed: Black Flag Resynced vind ik toch een meesterzet. Al spelende word ik eraan herinnerd dat er ooit zoiets was als een goede AAA-game. Dat er echt zoiets was als een blockbuster die ik wekenlang niet kon neerleggen.

Dat is de kracht van het origineel, uiteraard. Er is niks dat Ubisoft kan toevoegen dat die nog beter kan maken. God, wat hou ik van deze game.

Bootmania

Na het respectabele maar niet te hard vlammende Assassin’s Creed en het door fans nog altijd op handen gedragen Assassin’s Creed 2 was deel drie, met z’n wat droge hoofdpersoon Connor, als een flets op de vloer gevallen. Paniek bij Ubisoft. Ze pakten een deel van de game dat echt positief besproken werd – boten – en besloten deel vier vol te proppen met scheepvaart.

En laten we helder zijn: Black Flag begint met een boot en Black Flag eindigt met een boot, met er tussenin vooral nog veel meer boten. Niet het land maar de oceaan is het terrein van deze game. Niet dat er geen gebouwen zijn om te beklimmen, of steegjes om iemand een dolk in de rug te steken, maar de Jackdaw, het schip van piraat Edward Kenway, is je voornaamste speeltuin.

Dat heeft iets zens, want de oceaan eist niks. Icoontjes van activiteiten genoeg, natuurlijk, maar wie wil steekt de neus in de wind en vaart gewoon van golf tot golf met de zang van heerlijke folkliedjes in de lucht (in Resynced kan je zelf kiezen welke). Kleine eilandjes onderweg zijn als cadeautjes die je aan jezelf kan geven, mocht je het willen. En overal zwemmen.

In Resynced kan dat onderwater, overigens– de wereld onder de golven is beperkter dan in een Subnautica, maar net zo mooi, rustiger en vol verrassingen. De game is nu nog prachtiger, de waterphysics, het licht, die haarscherpe pixels. Het voegt meer focus en realisme toe aan wat er echt toe doet: die duik, de verwondering, de wetenschap dat die duizend gouden dukaten die je in je zak steekt straks kunnen worden ingezet voor iets zinnigs. Een sterker pantser voor je schip, een mooie lik verf voor je huis, een steekpenning, een zwaard. Geld betekent vooruitgang in Black Flag. Geld is de beloning.

Heilige plekken vol goud

En daar zit een gedachte achter. Je kan ‘m voelen vanaf de eerste scènes van de game. Edward Kenway is een man uit Wales die met zijn vrouw van hogere komaf in een krot woont in het Engelse Bristol. Zij is al lang gelukkig dat ze de man heeft waar ze van houdt. Hij voelt alleen maar hoe hij tekortschiet. Zijn huis, zijn boerderijbaantje: het is voor hem een gevangenis.

Voor Resynced sprak Kenway-acteur Matt Ryan nog eens zes uur materiaal in. In een van de meest sprekende van deze nieuwe scènes zien we hoe hij trots zijn vrouw Caroline een kop warme chocolademelk aanbiedt. Hij heeft er geld voor opzij gezet, deze luxueuze lekkernij uit vreemde oorden. Ze neemt een slok. Maar Caroline kent warme chocolade goed – ze kreeg het vaak van haar rijke vader. Ze probeert Edward onmiddellijk te sussen, maar het is te laat. Het moment slaat dood.

In Engeland is er geen plek voor iemand als Edward om hogerop te raken; de drang om dat wel te doen vreet hem op. Vrijheid, denkt Edward, is de vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Om warme chocolade te drinken wanneer je er zin in hebt, om muren rond je huis te bouwen die niet omvallen in een storm. Daarvoor is geld nodig. Als hij dat niet heeft, dan zal hij het pakken.

Zo worden de Caraïben voor Edward een heilige plek, een plek waar echte vrijheid mogelijk is, en wordt zijn zucht naar goud onze zucht naar goud. Wij willen ook betere muren, wij willen een grote tent op het strand waar iedereen kan zuipen wat-ie wil en betere kanonnen om ook al die legendarische schepen om te leggen. 

Black Flag doet wat de beste games doen: het verleidt je te leven zoals zijn protagonist dat doet. Ubisoft stapelde met elke Assassin’s Creed meer systemen op elkaar, maar rekte daarmee de connectie tussen personage en speler langzaam op. Waarom verzamelt een huurling zoveel geliefden op haar schip, waarom bouwt een ninja een dorp? Maar Edward Kenway heeft plezier in de bouw van zijn kleurenblinde keizerrijk – de vloot, het geld, alles. Als wij dat plezier ook voelen, dan klopt het.

Resynced wil het allemaal meer focus geven, op alle mogelijke manieren: modderige nachtscènes worden filmachtig, momenten zijn aan elkaar gelast met extra dialoogjes of walk-en-talks, automatische game-overs verdwijnen zodat we niet meer uit de actie worden gegooid. Er zijn nieuwe scènes, vaak te letterlijk, die nog even opsommen wat we al weten. Soms probeert een moment ons Edward in een mooier daglicht te laten zien: een man die hulp biedt, die praktisch naar de toekomst toewerkt, ook al doet hij het voor geld.

De Edward van de eerste twee derde van Black Flag is een man in staat van blinde aftakeling, denk ik dan. Laat hem dat blijven.

Vrijheid

Alle Assassin’s Creed-games gaan op een of andere manier over vrijheid. Maar vaak gaan ze over de systemen waarin wij vrijheid kunnen beleven: revoluties, strijd tussen grote families, eeuwenoude filosofische machtsconflicten tussen zij die van de vrijheid zijn en zij van de controle.

Black Flag durft kleiner te blijven. Het is een game over het falen van één man. Geen Assassin, dat wordt hij pas aan het einde, wel een man die heilig in de vrijheid gelooft. De tragedie van Edward is dat de idealen van de Assassins al in zijn hart zitten, maar niet in zijn ziel of zijn hoofd.

Dat merk je aan de wijze waarop we leren om hem te besturen, nog eens bekrachtigd door Resynced. Hier geen mentor die je in de eerste minuten vertelt hoe je Eagle Vision gebruikt om vijanden te spotten of dat je je van een grote hoogte in een hooibaal kan gooien. Kenway hoeft niet te leren hoe je vol roekeloze overgave moet vallen. Het zijn de grenzen die hij mist.

Want wat betekent vrijheid eigenlijk? ‘Niks is waar, alles mag’, citeert Assassin James Kidd tegen Edward. Ah, zegt Edward: lekker doen wat ik zelf wil, daar hou ik wel van. Met een zucht zegt Kidd: je herhaalt de woorden, maar je snapt ze niet.

Kidd legt niets uit, we zien Edward de waarheid leren. Jarenlang houdt hij als piraat huis op de hoge zee. Zijn idiote focus op vooruitgang (vrijheid!) leidt direct tot de dood van vele mensen die hij liefhad. Alles mag, ja, maar dat betekent niet dat er geen prijs is.

Black Flag sust ons in de eerste helft langzaam in slaap. Alles lijkt Edward en ons voor de wind te gaan. We bouwen een vloot op – een heerlijke minigame die in real time wegtikt, zodat je na een paar rooftochten altijd weer wat geld kunt komen ophalen – we roven schepen leeg en ons eiland bloeit op. We kijken net als Edward weg van de kleinere en grotere tragedies om ons heen, de mensen die nog minder hebben als hij in Bristol. De huilende slaaf op de marktplaats, de verloedering en de honger op straat, de zucht van onze tweede man, Adewale, die weet dat Edward alleen maar kapitein is omdat Ade zelf zwart is.

Dan komen de klappen.

Meesterlijk.

Idealen

Edward Kenway is het 18e-eeuwse equivalent van een wannabe-techmiljardair, een man die zichzelf zo heeft gevuld met de hustle dat hij de brokstukken om zich heen niet ziet. Resynced zet dat soms nog wat harder aan: we zien Kenway in nieuwe missies zijn toekomstige CFO en CTO omlullen met plechtige beloften om ze de wraak dan wel gerechtigheid te geven die ze willen. Aan z’n gezicht kun je aflezen dat het ‘m alleen om het geld gaat.

Elke piraat van enig statuur claimt in deze game grotere idealen te hebben. Vrijheid, ja, maar ze kunnen het niet eens worden over wat die vrijheid is – zo komen ze ten val. Stede Bonnet wil bevrijding uit zijn burgerlijke leven, een avontuur, maar het blijkt slechts fantasie die op de klippen van de realiteit uiteenspat. Benjamin Hornigold, de piraat die geloofde in een vrijheid vol eer en een echte democratie, ziet dat zijn bevrijde piraten liever aan drank denken dan de Britse kroon en keert zich tegen hen. Blackbeard omarmt de chaos als een ultieme vrijheid die beschermd moet worden met buskruit, maar laat alleen een spoor van vernieling achter.

Wanneer hij onverbiddelijk zichzelf te gronde brengt, gilt hij het motto van Black Flag naar de hemel: in een wereld zonder goud waren wij helden geweest! Wat als ze al die vrijheid hadden aangewend om echt iets te maken, te bouwen, in plaats van altijd te streven naar de volgende prijs aan de horizon?

En voor Kenway? Voor Kenway is vrijheid de kans om “te heersen over deze koningen en keizers”, zegt hij. Maar eigenlijk heeft hij geen interesse in piratenkoninkrijken, niet echt. Hij wil niet eens echt de schat waar hij zo obsessief naar zoekt, The Observatory: eigenlijk snakt hij vooral naar het gevoel dat hij eindelijk met opgeheven hoofd terug naar Caroline kan. “Ik heb het idee dat ik meer bezig ben met boodschappen doen, dan dat ik m’n leven kan leiden”, mompelt hij halverwege. Ineens doet hij een stap weg van de speler, die zo urenlang van hot naar her heeft gevaren. Hij komt nooit helemaal terug.

Net op het nippertje kijkt hij naar de gesneuvelde kompanen om hem heen en keert hij het schip. Accepteert hij dat hij genoeg heeft. Dat zijn vrijheid ook met verantwoordelijkheden komt, dat geld slechts een middel is dat andere zaken ontsluit en dat, als alles mogelijk is, hij moet kiezen welke mogelijkheden hij benut.

Dit is de kern van Assassin’s Creed, ooit in simpele filosofische bewoordingen uitgelegd door Altaïr Ibn-La’Ahad, de held van de allereerste game. Maar Edward Kenway spuwt de woorden niet, hij leert ze begrijpen. Zijn echte leven als assassin begint pas als hij weer naar huis vaart, zijn plek opeist tussen de elite en in het geniep bouwt aan de Orde.

Dat krijgen we echter niet te zien. Het verhaal van Edward zit in het worden, niet het zijn; aan het einde is de zee leeggeroofd, er is niks meer over voor ons om te genieten. Black Flag zet ons recht in Edwards laarzen en vraagt ons om te kijken naar iets kleiners en kostbaarders dan Assassins en Templars, anarchisme en fascisme, dure graphics en raytracing: de zoektocht van een menselijk hart naar een vrijheid die betekenis heeft.

Foto van Len Maessen
Len Maessen
Werd twintig jaar geleden per ongeluk geronseld door een Zweedse esportssite en bleef plakken. Speelt rare games. Schrijft sinds 2018 voor NRC Handelsblad over games als kunst én economische motor. Kippenvrouw bij de lokale omroep.
4 Reacties