Mijn zoon speelde Mario Maker 2 en nu moet ik gamedeveloper worden

YouTubend naar Godot

Begin vorig jaar zat ik met mijn zesjarige zoontje in de auto. We spijbelden een dagje van school (sorry als je dit leest, juf Marianne) zodat hij met mij mee kon naar de persdemo van de Nintendo Switch 2.

De nieuwe games vond ie gaaf, maar op weg naar huis wilde hij vooral graag bij Nintendo werken. Die conferentiezaal vol gecoördineerde rode shirtjes naast rijen aan demopods maakte hem ineens duidelijk dat gamebedrijven echte plekken zijn. Hij wilde leren games bouwen, dus ik downloadde Super Mario Maker 2 voor hem.

Een jaar later is dat compleet uit de hand gelopen.

Op zoek naar diepgang

Hij stopte honderden uren in Mario Maker 2, waarin hij ieder hoekje van de game verkende. Het levels bouwen vond hij een tijd leuk, maar hij wilde vooral méér doen. De wereldbouwer om levels aan elkaar te rijgen vond hij te beperkt, bovendien wilde hij zelf instellen wat bazen precies doen.

Een zoektocht naar een uitgebreider alternatief begon, de ene na de andere levelbouwer werd verslonden. Levelhead was voor korte tijd leuk, bij het obscure Ultimate Level Builder bleef hij langer hangen. Ik nam een abonnement op Bloxels – een game waarin je naast de levels ook je eigen sprites kunt maken. Eventjes leuk, maar weer botste hij tegen het plafond aan. Gamestudio op de Switch gaf hem een voorproefje van hoe het is om zelf iets te programmeren, maar de visuele spaghetticode leverde enige frustratie op.

Het liefst wil hij nu games maken zoals ‘de echte gamemakers dat ook doen’, maar met zijn inmiddels zeven levensjaren is een engine uitvogelen te complex voor hem. We hebben daarom een compromis gevonden: hij bedenkt hoe een game in elkaar moet zitten, papa knutselt het in elkaar in de engine Godot.

Eén klein probleempje: ik heb nog nooit een game gemaakt.

Bijspijkeren op YouTube

In de avonduren ben ik mezelf nu razendsnel aan het bijspijkeren. Van de 8,3 miljoen weergaven van Brackey’s YouTube-video ‘How to make a Video Game – Godot Beginner Tutorial’, is een denk ik toch een goede vijf procent van mij, als ik weer eens naar een hoofdstuk spring om te zien hoe je ook alweer een tilesheet importeert of het juiste script schrijft voor je gamepersonage in een platformer.

Toen mijn zoontje de pixelart van zijn game wilde maken, moest ik vliegensvlug uitvogelen wat de beste apps zijn om die op een iPad of laptop te tekenen (shoutout naar Pixquare en Aseprite). Mijn YouTube-algoritme staat vol met jonge twintigers die uitleggen hoe het allemaal moet. Toch ook wel nieuwsgierig blijf ik klikken en kijken. Weten jullie wat een ‘state machine’ in een game is? En kennen jullie de basisprincipes bij het shaden en animeren van een sprite? Ik nu wel.

We hebben tijdens de vakantie onze camping nog in pixelart gehuld.

Oeps, ik ben gamedeveloper

Ik ben per ongeluk een gamedeveloper aan het worden. Niet met de ambitie om in de industrie te werken – het lijkt mij doodeng om mijn huidige baan op te geven en te werken in een sector waar nu zo weinig baanzekerheid is. Maar hobbymatig sleutelen aan spelletjes blijkt ook ontzettend leuk te zijn.

Games maken is multidisciplinair, wat het de perfecte hobby maakt. Als ik na een lange dag gaar ben, hoef ik niet meteen te gaan programmeren: ik kan prima even wat simpele spritejes tekenen of met chiptunemuziek pielen. Als mijn ADHD-brein ergens geen zin in heeft, zijn er tien alternatieven om te verzinnen.

Inmiddels hebben we een mooie balans. Ons platformspelletje Emmerhoofd gaat over een jongetje dat een emmer op zijn hoofd zet en doet alsof hij een ridder is. Mijn zoontje tekent de levels op zijn iPad – Pixquare laat je een tilesheet inladen om met textures te werken. De eerst simpel gekleurde blokken van de wereld maakt hij steeds een beetje geraffineerder met schaduwpartijen en andere leuke details.

Ik moet nog uitvogelen hoe we dat alles aan een overworld kunnen koppelen die aanvoelt als een Zelda-wereld, want dat wil hij graag. En dat kan, maar ik moet er eerst een paar uur in YouTube-tutorials voor duiken. En daar heeft hij eigenlijk het geduld niet voor.

Ik kan niet wachten tot een docent gamedesign hem over tien jaar alle antwoorden kan oplepelen, zodat ik weer een avondje gewoon zelf kan gamen.

Foto van Bastiaan Vroegop
Bastiaan Vroegop
Onderzoeksjournalist bij Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Schreef daarnaast over games voor NRC Handelsblad, Gamer.nl, Bright, Power Unlimited, RTL Nieuws, NU.nl en Kidsweek.
2 Reacties