007 First Light is meer Connery en Moore dan Brosnan en Craig

Alles of Niets geldt niet voor de nieuwste Bond-game

007 First Light is de beste Bond-game sinds Nightfire! 007 First Light is de beste Bond-game sinds GoldenEye! 007 First Light is de beste Bond-game ooit! Recensenten en spelers buitelen over elkaar om IO Interactive’s nieuwste werk te bewieroken. Of je het daarmee eens gaat zijn, hangt waarschijnlijk sterk af van je persoonlijke smaak in Bonds.

007 First Light is in elk geval een uiterst geslaagde game. Dat zeg ik als giga-Bond-fan, die vanaf z’n tiende elke film minimaal drie keer zag (GoldenEye zelfs meer dan veertig keer, letterlijk) en bovendien elke Bond-game sinds GoldenEye 007 op de Nintendo 64 obsessief heeft doorgespeeld. Geen enkel ander entertainmentfenomeen heeft zo’n grote impact gehad op mijn adolescentie als de belevenissen van deze geheim agent.

We kunnen vaststellen dat IO, vooral bekend van Hitman, gekozen heeft voor een zelden geziene formule in de Bond-gamegeschiedenis. First Light legt de nadruk op sluipen, onderzoeken en (lichtelijk) puzzelen in semi-open omgevingen, en veel minder op spectaculaire schietpartijen. Achtervolgingen achter het stuur zijn helemaal schaars. Dat alles verpakt in een – naar 007-maatstaven – alleraardigste ‘origin story’ van de jonge James.

Speelbare missies

Mijn opluchting is dan ook groot. Dit is immers de eerste speelbare missie van Bond sinds 2013, toen Activision het afgrijselijke 007 Legends uitpoepte. Nota bene in navolging van een drietal prima maar ook vrij generieke Bond-spellen, die dan weer volgden op een behoorlijk wispelturige periode onder auspiciën van EA

Alle lof daarom richting IO, voor het aangaan van misschien wel de moeilijkste uitdaging in de entertainmentwereld na het maken van een Bond-film: een Bond-game ontwikkelen. Het omzetten van Ian Flemmings inmiddels bijna 75 jaar oude erfgoed leek een soort sirenen-lokroep: iedereen wil er vol gretigheid op duiken om er wat van te maken, maar het is verdomd lastig dat met goede afloop voor elkaar te krijgen.

GoldenEye 007 kunnen we in retrospectief meer zien als revolutie voor 3D-schietspellen op spelcomputers, dan dé game die je bij uitstek Bond laat voelen

Je kunt het haast vergelijken met de filmacteurs en hoe ieder de rol van Bond vertolkte, elke generatie onder nog heviger druk dan zijn voorganger. Van de geslepen Sean Connery, langs de ongemakkelijke George Lazenby en de zeer gevatte Roger Moore, tot de melancholische Timothy Dalton, de assertieve Pierce Brosnan en de even afgetrainde als afgestompte Daniel Craig.

Matige game, goede Bond

Zoals elke Bond-acteur en elke Bond-film een andere stijl uitdraagt, zo verschillend is ook de lading van iedere Bond-game. Zo kan juist in dit kader een matige game toch een uitstekende Bond-game zijn

Beste voorbeeld: Agent Under Fire, EA’s eerste echte poging om een 007-game los van de films te maken. Critici straften het spel af wegens waardeloze gunplay, ondermaatse AI en de kleine hoeveelheid levels. Maar dankzij meerdere spectaculaire achtervolgingen achter het stuur en on-rails knalfestijnen (onder meer in een tank en zelfs een metrokarretje onder de zeebodem) voel je je hier bij uitstek de superspion, zoals met name Brosnan die vertolkte. Die voegde immers een redelijke scheut Rambo toe aan de Bond-formule, een gegeven dat zich bij uitstek leent voor het medium videogames, omdat je zélf achter de (schiet)knoppen zit.

Opvolger Nightfire wordt veelvuldig aangehaald als de beste Bond-game ooit, vooral omdat de fouten van Agent Under Fire in schietlevels te voet werden rechtgezet en de voertuiglevels van extra raffinement werden voorzien. Daarmee overtoepte die game in zekere zin zelfs N64-goudhaantje GoldenEye – Rare’s meesterwerk dat we in retrospectief toch meer kunnen beschouwen als een revolutie op het gebied van 3D-schietspellen voor spelcomputers, dan de game die je nou bij uitstek Bond laat voelen. (Al helpt het dat de film GoldenEye bij uitstek vrij letterlijk een knalfilm is, eveneens met Brosnan.)

Willem Dafoe

Waarom de werkelijke apotheose in EA’s 007-reeks alleen door verstokte Bond-fans zo onthouden wordt, is mij toch een beetje een raadsel. Misschien omdat het spel in kwestie, Everything or Nothing, niet echt een verkooptopper was – ondanks de all-star-cast met Brosnan, Heidi Klum, originele Jaws-acteur Richard Kiel en zelfs Willem Dafoe (!) als megalomane superschurk. Niet voor niets wordt ‘ie door 007-intimi beschouwd als ‘de vijfde Bond-film van Brosnan’, getuige een daadwerkelijk onderhoudend en opvallend grimmig verhaal, dat ook nog eens voortborduurt op 80’s-Bond-film A View to a Kill.

Maar de ware kwaliteit van Everything or Nothing zit in de gameplay. Nota bene als
derde-persoons actiegame, net als First Light – een perspectief dat over het algemeen goede Bond-games heeft voortgebracht, als we Tomorrow Never Dies uit 1999 achterwege laten.

De combinatie van pure actie en diversiteit maakte van Everything or Nothing een cinematische adrenalinerush. In het eerste (half)uur abseil je als Brosnan-Bond al schietend van een stuwdamcomplex, achtervolg je een trein per Porsche óf crossmotor, schakel je de treinbewakers één voor één uit (een knipoog naar GoldenEye 007) en jaag je per helikopter door een Egyptische vallei op een terrorist. Soortgelijke variatie beleef je vervolgens in Peru, Louisiana en zelfs Moskou. Ademhalen doe je slechts af en toe in tussenfilmpjes.

License to kill

First Light bevat over de hele linie ook wel die diversiteit, maar legt veel minder nadruk op het explosieve, cinematische spektakel waar het gros van de Bond-films (zeker sinds de jaren negentig) om bekendstaat. Zeker twee derde van de game loop of sluip je rond, probeer je met slim ontdek- en puzzelwerk situaties op te lossen en wil je geweld in principe zoveel mogelijk voorkomen.

Vijanden te lijf gaan kan wel, maar voelt vaak minder natuurlijk. Liever maak je je er met een babbeltruc vanaf – of de nét iets te flauwe gadgets in je Q-Watch – om vervolgens verder te sluipen. Vuurwapens gebruiken mag zelfs pas wanneer een tegenstander als eerste een schot heeft gelost, en de piepjonge Bond (wel vrij overtuigend gespeeld door de Ierse Patrick Gibson) een tijdelijke ‘license to kill’ toegekend krijgt als nog-niet-00-agent. Maar menig vuurgevecht is na enkele minuten alweer voorbij.

Narratief weliswaar kloppend, maar mechanisch maakt dat First Light voor mij een Bond-game die vanaf halverwege het verloop meer ‘trekt’ met aanhoudend rondwandelen en weinig uitdagend gepuzzel. Terwijl ik, als gamer-Bond, toch echt liever een dienstpistool trek om met vijanden af te rekenen wanneer de situatie nijpend wordt, zoals dat op vrijwel elk moment in Everything or Nothing wél kon. Overigens een game van inmiddels 22 jaar geleden, met cover shooter-gameplay voor we ooit van Gears of War hadden gehoord, gemaakt door het team dat later Dead Space afleverde.

Legend of Bond

Dat alles laat trouwens niet onverlet dat IO’s interpretatie van de Bond-ervaring nog steeds uitermate geslaagd is. Los van de voertuiglevels overigens, die jammerlijk vluchtig en schaars zijn. En als je First Light dan toch met eerdere 007-games wilt vergelijken, is de simpelweg James Bond 007 geheten Game Boy-game uit 1998 eigenlijk een betere tegenhanger. Dat top down-adventuur wordt niet voor niets geregeld in één adem genoemd met The Legend of Zelda: Link’s Awakening.

De beste Bond-game benoemen, is dan ook meer een kwestie van smaak en voorkeur. Wie in Bond vooral de snaakse, gevatte charmeur waardeert, zoals Sean Connery en Roger Moore, zal 007 First Light waarschijnlijk goed bevallen. Persoonlijk heb ik mijn Bond-games dan toch liever als Brosnan en Craig: met veel actie en rauwe randjes.

Luister meer over 007 First Light in de podcast All in the Game

Foto van Joe van Burik
Joe van Burik
Werd 2e op het NK Mario Kart in 2004 en begon daarna te schrijven over games, vooral voor [N]Gamer en Gamer.nl. Werkte tien jaar als auto(sport)journalist en is sinds 2020 techredacteur bij BNR Nieuwsradio, onder meer als maker van de podcast All in the Game.
2 Reacties