In de verte staat een gigantisch kasteel, in duisternis gehuld. Niemand is gek genoeg om naar binnen te gaan…behalve de familie Belmont. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: al veertig jaar lang vormt de vete tussen de vampierenjagers en Dracula het hart van de Castlevania-serie. Hoe komt het toch dat de reeks nog altijd relevant is?
Sinds 1986 zijn ruim dertig games verschenen in de serie, op meer dan een dozijn verschillende platforms. Als je oppervlakkig kijkt naar waar Castlevania om draait – gebieden met vijanden doorkruisen totdat je Dracula kapotzweept – lijkt het een wonder dat de gamereeks het zo lang en zoveel delen uit heeft gehouden.
Onlangs verscheen eindelijk eindelijk weer eens een nieuw deel. Een beetje onverwacht, want twaalf jaar geleden leek de hele serie ten dode opgeschreven. Maar van de doden komen we niet zo makkelijk af.

Castlevania begon als een simpele NES-platformer met zes levels. Voor de setting kozen de makers van Konami de klassieke horrorfilms over Dracula, The Mummy en Frankenstein van productiebedrijf Hammer als inspiratiebron. Hier wonden ze ook geen doekjes om, want zodra je Castlevania opstart leek het alsof een oude film gestart wordt.
Je vocht jezelf door een hele Halloweenwinkel aan bekende monsters en omgevingen, met als boss fights onder andere twee mummies, een soort monster van Frankenstein en natuurlijk Dracula zelf. Deze eerste game legde een stevig fundament voor de stijl en kwaliteit van Castlevania, maar er zijn drie eigenschappen die de serie echt onsterfelijk hebben gemaakt.
Gotische sfeer
Het meest onderscheidende aan Castlevania is de unieke sfeer en stijl: gotisch, grimmig, maar ook stoer. Elk deel gooit je in een wereld die heerlijk griezelig en duister aanvoelt. Je bezoekt donkere kerkers met enkel wat kaarslicht, doorkruist een klokkentoren gevuld met grote tandwielen en platformt jezelf door allerlei half ingestorte stukken kasteel.

Ondanks dat je in de meeste delen voornamelijk ronddwaalt in en rondom een gigantisch kasteel, is er toch veel diversiteit qua omgevingen en gameplay. Dat alles doe je bovendien met stijl. Elk hoofdpersonage, bijna elke eindbaas en al helemaal Dracula zijn echte aura farmers. Naast al die duisternis is Castlevania ook echt een wereld van wapperende kleren en stoere moves.
Eentje die er echt tussenuit springt is Super Castlevania IV (SNES, 1991). Ten opzichte van eerdere delen maakte IV grafisch gezien weerwolfsprongen voorwaarts. En dan is er natuurlijk nog Castlevania: Symphony of the Night (PS1, 1998). Alle omgevingen en vijanden zijn stijlvol ontworpen. En over charisma gesproken: in deze game speel je Alucard, de zoon van Dracula. Een meer suave hoofdpersonage bestaat er in heel de gamewereld nog altijd niet (fight me).
Bangers van Bach
Castlevania wordt gedragen door de fantastische muziek. De meeste nummers lijken gecomponeerd door een hippe Bach die los ging op zijn orgel na een injectie cafeïne. Vanaf de eerste game wisten de componisten van Konami ontzettend catchy, memorabele tunes te bedenken. Een paar zijn zelfs zo goed dat ze remixes kregen in latere delen. Dit voelde nooit als lui kopieerwerk, want de tracks zijn simpelweg te goed en de referenties zijn gepast.
Vooral de openingsmuziek is altijd dermate opzwepend dat je niet kunt wachten om al die monsters te lijf te gaan. De soundtracks zijn trouwens niet alleen maar high energy bangers, want veel nummers creëren juist een onheilspellende en melancholische sfeer. Het zorgt hoe dan ook voor de benodigde motivatie om te blijven zwiepen.
Zelfs de (terecht) vergeten mobile game Castlevania: Order of Shadows (2007) had banging fanging nummers voor je Blackberry 8100. Check daarnaast vooral de klassiekers: Vampire Killer uit eerste Castlevania en Bloody Tears uit Castlevania II: Belmont’s Quest (1987).
Vanaf Castlevania: The New Generation/Bloodlines (Mega Drive, 1994) werd Michiru Yamane een prominente componist voor de het gros van de games, waarvan de soundtrack van Symphony of the Night door velen wordt gezien als haar beste werk. De N64-games en de Lords of Shadow-delen hebben meer een filmische stijl met klassieke orchestrale insteek, mocht dat je meer aanspreken.
Gameplay en gedaantewisselingen
De Castlevania-serie bleef ook relevant door, net als een vampier, zo nu en dan van gedaante te wisselen. De ontwikkelaars van Konami voegden bij elk nieuw deel wel iets nieuws toe. Al gelijk na de eerste game kregen we vervolgen met open werelden, backtracking, level-splitsing, rpg-elementen en zelfs een dag-nachtcyclus. Castlevania vond niet ieder wiel uit, maar liep wel altijd mee met de koplopers. Het is niet voor niets dat we een volledig genre hebben met de naam metroidvania.
Omdat praktisch élke Castlevania iets nieuws toevoegt, is het nagenoeg onmogelijk om er slechts een paar in het zonnetje te zetten (Dracula wil dat sowieso niet natuurlijk). Bij dezen dan toch een poging, waarbij je gelijk kan zien hoe divers de serie is: Castlevania II: Simon’s Quest had een open wereld met rpg-elementen en een dag-nachtcyclus. Castlevania III (NES) was wel lineair maar had level-splitsing en liet je voor het eerst als andere personages spelen. Symphony of the Night was de eerste metroidvania die lijkt op de games die we vandaag de dag spelen.

What a Terrific Night to Have a New Curse!
Na twaalf jaar is er dus weer een nieuwe Castlevania, die helemaal inhaakt op de lore van de oudere games. De Lords of Shadow-delen vertelden hun eigen verhaal, maar vrijwel alle andere games haken in elkaar qua verhaal, tijdlijn en personages. Het nieuwste deel, Belmont’s Curse, is een direct vervolg op de oude NES-game Castlevania III: Dracula’s Curse (1989) en de PS2- en Xbox-game Curse of Darkness (2005).
De reden waarom ze hiervoor gekozen hebben is denk ik omdat de zeer succesvolle Netflix-serie van Castlevania ook gebaseerd is op deze delen. Het is ook qua schrijfwerk interessant, omdat bij beide Curse-games het plot dieper ging dan “Belmont zweept Dracula dood”.
Voor fans zoals ondergetekende is het heel leuk dat Belmont’s Curse serieus bedoeld is als een vervolg op deze inmiddels vintage titels. Het is ook erg tof dat je eindelijk weer eens een vrouwelijke Belmont speelt, namelijk Rose, de dochter van Trevor Belmont uit Castlevania III.

Castlevania: Belmont’s Curse speelt als een metroidvania, maar kent ook een tarot-systeem dat gebaseerd lijkt op dat van Circle of the Moon. Toen ik de demo speelde viel mij sowieso op dat de makers goed hebben gekeken naar oudere games in de reeks. Zo gebruik je de zweep eindelijk weer eens à la Indiana Jones. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dit zat tot nu toe slechts in drie andere Castlevania-titels.
Het is in Belmont’s Curse echt een feest om rond te slingeren en jezelf naar platforms te zwepen. Dit komt vooral omdat de game wat sneller speelt en meer leunt op de gameplay van Metroid. De muziek en algehele stijl en sfeer van Belmont’s Curse voelt zowel nieuw als oud en vertrouwd.
Castlevania is veertig jaar oud en lijkt nog altijd onsterfelijk, want z’n drie pilaren – sfeer, solide gameplay en fantastische muziek – blijven relevant. Het is slechts een kwestie van tijd totdat Dracula weer tot leven wordt gewekt. Op naar de volgende veertig jaar!