Despelote en mijn haat/liefde voor voetbal

¿Te quiero jugar futbol?

¿Te quiero jugar futbol? Ik wil met je voetballen vraagteken. Taal kan zo mooi zijn. Met deze woorden sprak mijn 8-jarige ik een puur verlangen uit. Het liefst zag ik dat beantwoord, dus draaide ik het om en maakte er een vraag van. Zo simpel kan het zijn, al is mijn relatie met voetbal tegenwoordig complexer. 

Ik sprak destijds, ergens halverwege de jaren ’90, nauwelijks Spaans. Maar dat omgekeerde vraagteken voelde heel natuurlijk. Ik had verder geen benul van hoe vreemd het was dat er jarenlang een voltallige Ecuadoriaanse panfluitband in mijn ouderlijk huis woonde. 

Dat behoefde toen nog geen uitleg, zoals het dat nu waarschijnlijk wel doet. Ik dacht enkel in termen van voetballen en niet voetballen. Het liefste wilde ik wel voetballen, dus dat waren de eerste woordjes die ik leerde: ‘Te quiero jugar futbol’. Het tweede zinnetje was ‘La comida esta lista’, oftewel: Het eten is klaar. Dan kunnen we daarna weer voetballen.

Kijken, kijken, niet spelen

Dertig jaar later zou ik willen dat het leven zo simpel was. Dat mijn dag bestond uit denken aan voetballen: wanneer, waar en met wie. Dit brandende verlangen heeft plaatsgemaakt voor twijfelachtige vragen als: ‘Hebben we nog genoeg toiletpapier?’, en: ‘Hoe verwijder je tweecomponentenlijm?’. Voetballen doe en kijk ik niet meer. 

Misschien stond het begin van ‘voetbalgame’ Despelote me daarom zo tegen. Het spel start met de 8-jarige Julián die Tino Tini’s Soccer 99’ speelt op de tv in de woonkamer. Of ‘Fifa’, zoals zijn ouders het noemen, maar officieel mag het natuurlijk niet zo heten. Julián bedient het nationale team van Ecuador, zijn computergestuurde tegenstander is Peru. 

Als een plaag sprinkhanen tasten ze alles aan, ongeacht hoe goed hun club het de zeven jaren ervoor heeft gedaan.

Ondertussen hoor je zijn vader en moeder praten over boodschappen die niet gedaan zijn, en of ze Julián misschien wat meer zouden moeten aanmoedigen om iets met zijn passie voor voetbal te doen. Maar dan herinneren ze ineens dat Ecuador zich op dat moment probeert te plaatsen voor het WK. Hoe kan Julián zo’n bepalende wedstrijd nou vergeten zijn? Zo belangrijk vindt ie voetballen dan ook weer niet. Maar Julián is niet bezig met voetbal kijken, hij wil gewoon spelen. 

Ballon d’Ecuador

Despelote is een reis naar een heel specifieke tijd en plaats in het verleden. Het is de zomer van 2001 en na een historische zege op Brazilië lijkt Ecuador zich voor het eerst te gaan kwalificeren voor een WK, dat van 2002 in Japan en Zuid-Korea. Het hele land is in rep en (op)roer. In de grotendeels autobiografische game van Julián Cordero en Sebastián Valbuena volg je de resterende kwalificatiewedstrijden door de ogen van de eerstgenoemde persoon toen hij zelf nog een kind was. Vanuit dit eerstepersoonsperspectief heb je bijna altijd een bal aan je voet. Al dribbelend ren je door de straten van Quito, de hoofdstad van Ecuador. 

Dit aanzicht maakt pijnlijk duidelijk hoe anders de belevingswereld is van kinderen. Je bent nog klein, dus de volwassenen op het scherm zijn ook echt grote mensen. Zij hebben vanwege al hun grotemensendingen geen tijd en zin in een snotneus die de hele tijd met een bal om hen heen zwerft. Er zijn belangrijkere dingen in het leven, zoals de ingestorte economie of de politieke onrust in het land. En het WK natuurlijk! Leven is voetbal en voetbal is leven.

Ooit was het dat voor mij ook, maar tegenwoordig niet meer. Toen ik naar de middelbare school ging, stopte ik met spelen. En ergens tijdens mijn studie ben ik gestopt met kijken. Sindsdien is mijn blik op de sport veranderd. Voetbal staat nu vooral symbool voor een soort mannelijkheid waar ik me niet mee kan of wil identificeren. Het type dat geen idee heeft wie wanneer jarig is en ook nooit denkt aan het sturen van een kaartje of cadeau, maar wel precies weet hoeveel wedstrijden Ajax nog moet spelen en welke thuis of uit zijn. Een man die zijn emoties hoofdzakelijk op de tribune doorleeft. Behalve woede dan.  

Voor niemand leuk

Ik weet nog goed dat een medestudent me ooit vroeg of ik de avond ervoor Ajax – PSV had gekeken. Ik zei van niet en kreeg meteen toegebeten dat ik ‘dan zeker voor Feyenoord was’. Vanaf dat moment ben ik maar gaan zeggen dat ik niet van voetbal hield. Niet zoals zij dat deden in ieder geval, met altijd maar die rivaliteit als misplaatste uiting van hun mannelijkheid.  

Stiekem ben ik mijn interesse voor de sport nooit verloren. Maar ik schaam me voor het gedrag dat voetbal teweegbrengt en hoe genormaliseerd dit is. Dat het hele treinnetwerk rond Amsterdam telkens wordt overspoeld door opdringerige fans zodra Ajax in de Arena speelt. Als een plaag sprinkhanen tasten ze alles aan, ongeacht hoe goed hun club het de zeven jaren ervoor heeft gedaan. De uitwassen daarvan hebben zogenaamd niks meer met voetbal te maken, maar het is er onlosmakelijk mee verbonden. En het zijn amper uitzonderingen meer te noemen, het is de regel. 

Voor de fans

Dat is waarom ik er ver weg van blijf. Ik zou mezelf ook nooit meer een voetbalfan durven noemen. In die zin lijkt het op wat er met gaming is gebeurd. Ik speel graag een spelletje, maar de term ‘gamer’ roept associaties op die ik liever vermijd. Ik denk dan gelijk aan iemand die voortdurend boos doet op internet omdat anderen zogenaamd zijn hobby af proberen te pakken. Voor zulke mensen is aanvallen de enige verdediging. Maar als haat is wat je definieert, hoe kun je dan ooit liefhebber zijn van iets?

Despelote heeft me laten zien dat ik nog steeds van voetballen kan genieten. Niet dat ik het nu weer ga kijken, maar Juliáns perspectief heeft me wel aan het denken gezet. Hij snapt het en ik snap hem. Voetballen is een heel puur middel om interactie te hebben met de wereld. Want wie stopt met spelen, degradeert naar een rol als toeschouwer. En dan kun je weinig anders dan boos worden worden als het niet gaat zoals je wilt.

Misschien moet ik maar gewoon een bal kopen en ergens een pleintje opzoeken. Dan verandert de wereld vanzelf weer in mijn speelveld.

Foto van Marcel Vroegrijk
Marcel Vroegrijk
Schrijft al bijna twintig jaar over games, eerst als hobby, toen voor werk en nu weer voor zijn eigen plezier.
5 Reacties