Mijn naam is Ron Vorstermans en ik ben kapot van binnen. Ik kan niet stoppen met het nét niet skippen van tussenfilmpjes. Ik laat dat bekende rondje rechtsonder in het scherm keer op keer bijna vollopen. Waarom ben ik zo?
Ik ben niet iemand die tussenfilmpjes skipt. Nooit geweest ook. Ik vind niets zo irritant als een Twitch-streamer die door belangrijke dialoog in tussenfilmpjes praat. Zelfs wegkijken van het scherm kan ik al niet uitstaan – zeker niet in een verhalende game.
Want goede tussenfilmpjes zijn belangrijk. Niet alleen als het cement tussen de stenen van een goed verhaal, maar ook als rustmomenten. Als je net intens hebt gezwoegd tegen een moeilijke eindbaas, is een tussenfilmpje een beloning.

Je kunt dat een beetje vergelijken met de warme momenten bij de open haard als tiener, nadat je net door de regen van de middelbare school naar huis bent gefietst. Je hebt geleden. Nu is het tijd om te genieten. De game zegt: dat heb je toch maar weer mooi gedaan, gamer.
Leg die controller na dat harde werk maar eens neer. Hier heb je een sick tussenfilmpje.
Fidget spinner
Zeker anno 2026 is het tussenfilmpje een waar genot. Vergeleken met vroeger zijn ze uitgerust als een vijfsterrenhotel. Ze kunnen op pauze, ze kunnen worden overgeslagen – er is zelfs een ingebouwde bescherming waardoor je ze niet per ongeluk skipt.
Veel games gebruiken daarvoor dezelfde innovatieve mechaniek: het rondje. Je kent dat rondje vast wel. Een tussenfilmpje begint en linksonder staat ‘Skip’, met bijvoorbeeld de A-knop erbij. Als je op die knopt drukt, gebeurt er niets. En dat is ook de bedoeling.
“Waarschijnlijk ben je gevoelig voor dit soort dingen.”
Want houd je de A-knop wat langer ingedrukt, dan loopt het rondje rondom de A vol. Maak je het rondje vol, dan skip je het filmpje. Iets wat ik dus absoluut niet zou willen doen, zeker niet in een verhalende game. Dus waarom kan ik niet van die knop afblijven?
Mijn gedrag is niet uniek. Ik zie mensen het doen in streams en weet dat redacteur Marcel Vroegrijk het ook doet. Ligt het dan aan het aanlokkelijke design van zo’n skip-knop? Dat denk ik ook weer niet.

Het is niet alsof ontwikkelaars willen dat je met het knopje speelt – iets wat wel zo is bij bijvoorbeeld interactieve laadschermen. De knop bestaat niet om leuk te zijn of je aandacht te trekken. Het nut is louter dat van een ingebouwd veiligheidsslot. Toch gebruik ik deze knop als een fidget spinner.
Standje wervelwind
“Er is niet echt onderzoek gedaan naar dat rondje”, zegt Joanneke Weerdmeester, gedragswetenschapper met een expertise in games. “Er is ook weinig over te vinden online.” Dat kan ik bevestigen. Er zijn op dit front geen artikelen, geen onderzoeken, geen experts.
“Mijn gok is dat je gedrag iets te maken heeft met een bepaalde mate van impulscontrole”, legt Weerdmeester uit. “Waarschijnlijk ben je gevoelig voor dit soort dingen.”
Nou, laat ‘waarschijnlijk’ maar weg. Mijn ADHD-brein draait continu op standje wervelwind. Weerdmeester lacht. “Ja, daar kan het mee te maken hebben. Sommige mensen zijn meer reactief voor prikkels in hun omgeving. Het zit soms een beetje in de aard van de mens.”

Weerdmeester noemt de ‘disconnect tussen wat ik wil en wat ik doe’ bovendien opvallend. “Je kunt je niet inhouden. Het is een beetje alsof ik je in een kamer zet met een grote rode knop waarop staat: ‘Druk niet op deze knop.’ Jij wil dan drukken op die knop.”
Ik wil, inderdaad, drukken op die knop. “Vergelijk het met een kat die een laser achtervolgt. Iets nodigt uit tot een actie en jij kan dat niet laten.”
Prikkels
Dat zegt ook iets over mijn behoefte aan dat type prikkels, zegt Weerdmeester. “Een lange tijd dachten mensen dat gamers onrustig werden van spellen, of juist andersom. Nu denken we eigenlijk gewoon dat bepaalde persoonlijkheden bepaalde games opzoeken.”
“Iedereen verwerkt prikkels anders voor ontspanning. De een wil misschien juist prikkelarme games om in te ontspannen, maar mensen met ADHD zoeken juist vaak prikkels op voor ontspanning. Dat werkt voor ze omdat ze buiten hun hoofd geprikkeld worden.”

Een game, en in principe ook zo’n skip-knopje, prikkelt mij inderdaad zonder dat die prikkel vanuit mezelf komt. Dat vind ik een fijn gevoel. “Ja, het biedt jou een soort ontlading. Andere mensen moeten daar dan weer niets van hebben. Jij zoekt het juist op.”
Zo heb ik mezelf toch iets beter leren kennen. Beter dan ik had verwacht, zelfs. Want wat blijkt nou: als je een gedragswetenschapper interviewt, is er een kans dat je gedrag wordt geanalyseerd.
“Het is interessant hoeveel zelfreflectie jij hebt over dit mini-gedrag. Dat maak ik niet vaak mee, dat iemand zichzelf vanuit die benadering analyseert”, besluit Weerdmeester. Nou, dat is toch prettig. Ik ben misschien kapot van binnen, maar ik ben me er in elk geval bewust van.