Screamer doorbreekt de Forza Horizon-vloek

Alternatieve route voor de ‘Fortnite onder de racegames’

Twee nieuwe racegames vallen op als je de releaselijst van dit voorjaar bekijkt. Screamer, een excentrieke woesteling die alles bevat wat arcaderacers zo leuk maakt. En Forza Horizon 6, een gigantisch all-you-can-eat-buffet die óók alles bevat wat het genre zo leuk maakt. Laat me je uitleggen wat dat betekent voor je keuze.

‘Het zijn goede tijden voor racegameliefhebbers’, hoor ik een goede vriend uit de game-industrie nog tegen me zeggen. Maar dat was in 2010, toen er haast maandelijks een hoogstaand nieuw snel spel uitkwam. Even uit het hoofd: Sonic & Sega All-Stars Racing, F1 2010, Need for Speed: Hot Pursuit, Gran Turismo 5 en Real Racing 2.

Split/Second: Velocity, ModNation Racers en Blur verschenen zelfs alle drie binnen een week – drie pure arcaderacers, op het kruispunt van snelheid, geweld, sensatie en plezier met anderen. Niet voor niets werden ze in die releaseweek uitvoerig met elkaar vergeleken. Bovenal: of je racen nou leuk vond of niet, er viel niet te ontkennen dat het tot de populairste gamegenres behoorde.

Hoe anders is dat tegenwoordig. Zelfs met de felste koplamp moet je goed zoeken om nog een kwalitatieve nieuwe racegame op de releaselijsten te vinden.

Simulatiefanaten komen nog altijd aan hun trekken met nichehits als Assetto Corsa, iRacing en – vooruit, als semi-simulatie – Gran Turismo 7, maar die zijn allesbehalve nieuw en kennen vaak een hoge instapdrempel. In de indiehoek kun je van alles vinden dat met racen te maken heeft, maar het gros daarvan is een hommage aan retrohits zoals Virtua Racing of Need for Speed, en inhoudelijke afwerking is daarbij vaak ver te zoeken.

Dus, waar zijn de ‘gewoon goede’ racegames zonder al teveel poespas gebleven?

Forza Horizon

In de afgelopen vijftien jaar is overigens wel vaker de ondergang van de (arcade) racegame uitgeroepen, veelal gebaseerd op een teruglopend aantal nieuwe releases. Sega en Namco, ooit de keizers van het genre, hebben al die tijd geen Daytona’s, OutRuns, Ridge Racers meer gemaakt.

In 2016 legde ik dat zelf nog voor aan Ralph Fulton, game director van Forza Horizon. ‘Racegames zijn helemaal niet dood, mensen roepen dat gewoon graag omdat ze die oude namen missen’, benadrukte hij. ‘Maar wij eren dat soort titels juist met onze game, waarin je alles kan doen wat je wilt.’

En dat is precies het probleem. Forza Horizon begon ooit als toffe openwereld spin-off van semisimulatie Forza Motorsport, maar die ‘moederfranchise’ (plus de verantwoordelijke studio Turn 10) zijn in recente tijden vrijwel compleet weggevaagd door z’n eigen nakomeling. Forza Horizon 5 tikte een jaar geleden zelfs de 45 miljoenste speler aan – en dat was nog twee weken vóórdat de game ook op PlayStation 5 werd uitgebracht.

Niet verwonderlijk hoor, want racen in de Horizons is als het buffet in Van der Valk: keurig verzorgd en keuze te over uit allemaal lekkere dingen, van herkenbaar tot best pittig. Bijna elke denkbare (soort) auto zit er tegenwoordig in, zoals elk popcultuurfiguur onderhand wel de revue is gepasseerd in Fortnite.

Juist in de afwisseling van Forza Horizon schuilt een gebrek aan creativiteit

Tot je voor de zoveelste keer een portie Forza hebt opgeschept en merkt dat er eigenlijk niet zoveel smaak aan zit, hoe leuk het ook is om het ene moment van een vulkaan af te denderen in een Ford Bronco en even later de vierhonderd kilometer per uur aan te tikken in een opgevoerde Koenigsegg Agera. Juist in die afwisseling schuilt een gebrek aan creativiteit.

Zoals een gezegde: je kunt heel veel dingen redelijk doen, of een (paar) ding(en) heel goed. En daarbij helpt het helemaal niet dat je na elke rit overladen wordt met nieuwe voertuigen en accessoires. En dat een rit finishen vaak al volstaat om door te mogen naar de volgende reeks.

Volgende maand verschijnt Forza Horizon 6. Ondanks m’n fundamentele kritiek ga ik die natuurlijk gewoon spelen, alleen al omdat de game zich afspeelt in mijn lievelingsland Japan. De recente previews zijn lovend en ik kijk er op zich best naar uit om voor de zoveelste maal met mijn favoriete automodellen over kronkelende weggetjes te driften.

Maar gaat die game iets wezenlijks anders doen dan me wederom overladen met auto’s, na wedstrijden die ik niet eens hoef te winnen in een schier oneindige grote spelwereld, met ook nog eens meer verzamelwaar dan ik ooit zou kunnen (laat staan: willen) vinden? Weinig kans, zeker voor een game uit de stallen het al behoorlijk risicoaverse Microsoft.

Screamer

Enter Screamer. Gemaakt door Milestone, een Italiaanse studio die je waarschijnlijk niet kent, tenzij je de afgelopen dertig jaar veel racegames gespeeld. Zoals hun rallygames rond het officiële wereldkampioenschap en de bijna fotorealistisch ogende RIDE-motorracespellen.

Het gros van hun games ontstijgt eigenlijk nauwelijks de middenmoot, maar af en toe weten ze daarmee toch een beetje te shinen. Zoals met Hot Wheels Unleashed uit recente jaren. Of, minder bekend: pure arcaderallygame GRAVEL uit 2018, een late maar alleraardigste reactie op Codemasters Colin McRae- en Dirt-reeksen. En bovenal een van Milestone allereerste titels: Screamer, de sterk op Ridge Racer en Need for Speed lijkende arcaderacer voor MS-DOS uit medio jaren negentig.

Die naam hebben de Italianen dus weer van stal gehaald voor hun allernieuwste werk. Screamer is in menig opzicht de tegenpool van Forza Horizon: je racet louter op afgesloten circuits, ergens in een even kleurrijk als technodystopisch Tokio, in fictieve bolides met een arsenaal aan boosts, schilden en beukaanvallen. Natuurlijk hoort daar driften bij, het liefst zo flamboyant mogelijk, door in bochten met de rechterstick mee te sturen.

De som der delen doet denken aan Ridge Racer, Need for Speed en zelfs een beetje Burnout – om maar een stel doodgewaande arcaderacers te noemen. Maar dan niet als kiesbare spelonderdelen van een buffet, maar gecombineerd in elke keer dat je machine briesend over de baan kwispelt.

Ook Japanse animatieseries zoals Initial D en Speed Racer waren nadrukkelijke inspiraties, getuige een bona fide art style én cut scenes van Japanse animatiestudio Polygon Pictures. Tel daarbij ook de in tal van talen gesproken stemmen op, inclusief Nederlands (soit: Vlaams), met als verklaring dat AI-chips in de hoofden van personages ervoor zorgen dat iedereen elkaar kan verstaan.

Toegegeven: Milestone heeft de hand een beetje overspeeld door tussenfilmpjes de boventoon te laten voeren in de campagne, waardoor je soms minutenlang aan het kijken en luisteren bent om vervolgens kortstondig te mogen sturen. Maar wanneer je eenmaal echt lekker op weg bent, is er eigenlijk geen betere gepeperde snelheidskick op de huidige generatie gameplatforms te vinden.

Arcaderacers

Mocht je je afvragen: hoe kun je deze twee games nou met elkaar vergelijken? Eigenlijk kan dat niet, omdat ze zich aan de uiterste zijdes van het arcaderacespectrum bevinden. En toch ook weer wel, om de doodsimpele reden dat er verder vrijwel geen arcaderacers meer zijn van grotere studio’s. Dus als iemand je vraagt: welke racegame moet ik spelen als ik gewoon lekker een potje wil scheuren? Dan is Forza Horizon het veilige antwoord, maar spelers met smaak zullen Screamer verkiezen.

Tenzij je gewoon dingen wil slopen. Dan kun je beter wachten op Wreckfest 2, van Flatout-maker Bugbear. Tenminste, als ze die dit jaar daadwerkelijk uit early access weten te slepen. Het zijn barre tijden voor racegameliefhebbers, maar er gloort weer hoop.

Foto van Joe van Burik
Joe van Burik
Werd 2e op het NK Mario Kart in 2004 en begon daarna te schrijven over games, vooral voor [N]Gamer en Gamer.nl. Werkte tien jaar als auto(sport)journalist en is sinds 2020 techredacteur bij BNR Nieuwsradio, onder meer als maker van de podcast All in the Game.
4 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties