Galactic Racer is Star Wars op z’n hardst

De toekomst van futuristisch racen is hier

De makers van Star Wars: Galactic Racer hebben liever niet dat we hun nieuwste game aanduiden als een roguelite. Ze geven zelf de voorkeur aan de term ‘runs-based’, met een knipoog naar de Death Star trench en Han Solo’s befaamde manoeuvre vanaf Kessel. Hoe dan ook, deze driehoeksverhouding tussen Star Wars, racen en deze roguelite-elementen vormt een van de beste combinaties in het sterrenstelsel.

Star Wars biedt voor ieder wel wat wils. Voor mij is dat spanning en sensatie op het scherp van de snede, verpakt in tal van iconische momenten. Onzekerheid, onbekende risico’s, onmogelijke acties op hoog tempo of onder hevige tijdsdruk, en op het nippertje ontkomen aan de ondergang. Never tell me the odds!

Burnout Wars

Zo’n ervaring krijg je in bijna elke race en run in Star Wars: Galactic Racer. Dat begint al vóór elke start, als je een paar seconden krijgt om rap de juiste knoppencombinaties in te voeren – zoals Anakin Skywalker een reeks tuimelaarschakelaars overhaalde in zijn podracer in Episode I: The Phantom Menace. Die scène leverde destijds al de best tie-in-game op (van de pakweg tien rond die film) in de vorm van Star Wars Episode I: Racer.

Ruim vijfentwintig jaar later heeft ontwikkelaar Fuse Games, opgetuigd door mensen die eerder Burnout maakten, die essentie genomen en het moderne tijdperk in gelanceerd. Niet alleen door te putten uit het tussentijds flink uitgedijde Star Wars-universum, met nieuwe wezens en planeten, maar ook door goed te kijken wat tegenwoordig vernieuwend en onderhoudend werkt in het design van een futuristische racegame.

Zo race je ditmaal primair met andersoortige zwevende bolides dan podracers, al zijn die laatste gelukkig wel goed vertegenwoordigd in dit spel. En ja, ook publiekslieveling Sebulba keert terug.

Eeuwige roem

Dat allemaal in een game die geen roguelite is dus, wat Fuse betreft. Al is dat wel precies wat er gebeurt: je racet, verdient geld en upgrades, krijgt met bijzaken te maken die in je voor- of nadeel kunnen werken, en doet zo een gooi naar eeuwige roem. Crash je te vaak of finish je niet hoog genoeg? Dan begint je run opnieuw, met behoud van slechts bepaalde (ontwikkelde) eigenschappen.

Toegegeven: in de eerste runs kwam ik vaak niet eens in de buurt van de snelste tegenstanders, die vaak té kunstmatig hard leken te gaan. Ook dan kun je je trouwens prima vermaken met felle gevechten waarin het er hard aan toegaat – in ware Burnout-stijl wordt het immers aangemoedigd je tegenstanders van de baan te rammen. Meermaals klonk hier luid gejuich als ik op een felbevochten zevende positie over de eindstreep zoefde.

Galactic Racer is een futuristische racegame van de snelste categorie. Helemaal wanneer je tijdens een goede run de juiste upgrades en modificaties weet te bemachtigen en zelfs onder de meeste verhitte, ijskoude of zure omstandigheden (allemaal letterlijke elementen om rekening mee te houden) volgas kunt gaan.

Ware Sith Lord

Zo waande ik me tijdens diezelfde goede run vol ideale upgrades en mods een ware Sith Lord op repulsor-aandrijving. Met een combinatie van drie goed gemanagede boost-systemen, energieschilden en zelfs offensieve wapens zoals een vlammenwerper (hoi Sebulba) sneed ik door de oppositie als een oververhit mes door de bantha-boter. Ik moest zelfs de uit Burnout geërfde crash cam uitschakelen, omdat de slow motion camera-shots me uit het ritme haalde en zelf te vaak lieten botsen, tussen het verpulveren van opponenten door.

Waar anders probeer je met letterlijk duizend kilometer per uur een zwevend gevaarte door een krappe bocht te persen terwijl je straalmotoren langs stalactieten schrapen?

Natuurlijk moest dat een keer finaal misgaan, dus hapte ik – vol overmoed – vlak voor de finish in de grandioze finale alsnog stof. Maar precies dáár gaat Galactic Racer verder dan het iconische Episode I: Racer, waarin je achter de hendels van een beetje podracer fluitend naar de finish van bijna elke race sjeesde. De roguelite-benadering is een perfecte match voor het geleidelijk opvoeren van het tempo, tot het niveau dat je zelf (te) laat doorhebt dat je de controle aan het verliezen bent.

Zo is de essentie van de vorige iconische Star Wars-racegame uit 1999 nóg sterker geworden, met de nadruk op pure stuurmanskunst in hachelijke situaties. Waar anders probeer je met letterlijk duizend kilometer per uur een zwevend gevaarte door een krappe bocht te persen terwijl je straalmotoren langs stalactieten schrapen?

Minder leuke overeenkomst met die tie-in uit 1999: de circuits op een handvol planeten die allemaal net teveel op elkaar lijken, en daarmee de functie van filmdecor eigenlijk niet weten te ontstijgen. Maar wel allemaal in dienst van sublieme raceactie op absurd hoge snelheden – zowel in een spannende offline campagne als in online racereeksen.

Straalmotor voor Miyamoto

Ik bestempel Star Wars: Galactic Racer zelfs tot de beste futuristische racegame sinds F-Zero GX – mijn onbetwiste favoriete game aller tijden. En dan te bedenken dat Nintendo’s creatief leider Shigeru Miyamoto decennialang volhield niets meer met F-Zero te willen doen, omdat hij geen prikkelende nieuwe ideeën voor die game kon vinden – tot we enkele jaren terug F-Zero 99 als battle royale-achtig oplevinkje kregen.

Fuse Games bewijst dat het helemaal niet zo moeilijk is om supersonisch racen nóg leuker en spannender te maken. Ook dit subgenre heeft nu een geweldige boost gekregen dankzij het mengen van roguelite- – pardon: runs-based – gameplay.

Foto van Joe van Burik
Joe van Burik
Werd 2e op het NK Mario Kart in 2004 en begon daarna te schrijven over games, vooral voor [N]Gamer en Gamer.nl. Werkte tien jaar als auto(sport)journalist en is sinds 2020 techredacteur bij BNR Nieuwsradio, onder meer als maker van de podcast All in the Game.
1 Reactie