Twintig jaar geleden zag het consolelandschap er nog heel anders uit. De Xbox 360 was een hit en gaf Sony’s PlayStation 3 jarenlang het nakijken. Dat kwam mede dankzij een sterke line-up van exclusieve games, waarvan Gears of War gedurende jarenlang een belangrijke hoeksteen was. Tijdens het spelen van Gears of War: E-Day op Gamescom is één ding overduidelijk: Microsoft wil terug naar die vervlogen tijd.
Gears of War: E-Day is een prequel en dat heeft de nodige gevolgen. We spelen bijvoorbeeld weer als Marcus Fenix, terwijl ook publiekslieveling Dom weer een grote rol heeft. Maar wat misschien nog wel bepalender is, is dat Gears of War: E-Day weer diezelfde ambiance heeft als de originele trilogie.
Hello darkness, my old friend
Het mag voor zich spreken dat Gears of War: E-Day het mooiste deel tot nu toe is, maar tegelijkertijd is de game ouderwets grauw, grijs en bruin. Het aanzienlijk fellere kleurenpalet uit Gears 4 en vooral Gears 5 is weer vaarwel gezegd. Maar als de Unreal Engine 5 érgens in uitblinkt, is het wel in van die kleine, felle lampjes en reflecties die van het beeld af spatten. Je zou bijna denken dat de grafische huisstijl van Gears ontwikkeld is om de kracht van Unreal Engine te demonstreren…

De duistere visuele stijl met slechts spaarzame lichtpuntjes past bij het grimmige verhaal. Ik speel een stukje van de game aan het begin van Act 2. We zitten dus al iets verder in het verhaal, maar toch is de wanhoop op de gezichten van de verschillende personages nog duidelijk zichtbaar. Gears of War: E-Day speelt zich af direct na de titulaire E(mergence) Day, als de Locust de aanval op de mensheid openen. In de Gears of War-games tot nu toe was de kadering van die oorlog een bekend gegeven. Iedereen wist wie de vijand was. In E-Day is dat nog niet het geval.
Er wordt bijvoorbeeld gespeculeerd over terroristische motieven, terwijl we Marcus en de zijnen nog in (met bloed en modder besmeurde) burgerkleding zien, volledig onvoorbereid op wat gaat komen. Wij als spelers weten hoe E-Day (ongeveer) afloopt, maar de personages hebben daar nog geen flauw benul van. Dat creëert gelijk een beklemmende, uitzichtloze sfeer.
Al spelende zie ik wel een parallel tussen Marcus Fenix en Gears of War: E-Day. Beiden vechten tegen de bierkaai.
Gewoon Gears
Daarmee lijkt E-Day op die andere prequel van die andere Xbox-hoeksteen: Halo: Reach. Maar waar Reach met zijn Seven Samurai-verhaal een wezenlijk andere sfeer had dan de Master Chief-games, is Gears of War: E-Day onder de streep toch vooral Gears of War.
Dat wil zeggen dat je gewoon met vier bonkige personages tegen de boze buitenwereld strijdt. Tussen het knallen door (insert gitaar-riff) worden er ouderwets lompe grappen en grollen gemaakt, of op het oortje geduwd om even met ‘Control’ in te bellen. Om daarna je Gnasher leeg te knallen op een horde Locust, of te eindigen met een bajonet (de kenmerkende kettingzaag hebben we in de demo nog niet) in de nek van een vijand.

Met de gameplay is absoluut niks mis. Persoonlijk waardeer ik het juist wel dat Gears na al die jaren trouw aan zichzelf blijft. Maar heel spraakmakend is zo’n bekende gameplayformule natuurlijk niet. Wat dat betreft is de strategie rondom Gears of War: E-Day interessanter. Twintig jaar later is Gears of War namelijk opnieuw de hoeksteen van Microsofts hernieuwde strategie.
Exclusief, maar geen kartrekker
De afgelopen tijd bracht Microsoft immers veel games naar PlayStation, waaronder Gears of War: Reloaded en heel recent nog Halo: Campaign Evolved. Die laatste release blijkt inmiddels een stuiptrekking van de oude koers die Xbox onder Phil Spencer volgde. Onder de nieuwe Xbox CEO Asha Sharma maakt Xbox games weer exclusief voor de eigen consoles (en pc), met Gears of War: E-Day als een van de eerste grote namen.
In de tijd van de Xbox 360 wierp die strategie duidelijk zijn vruchten af en groeide Gears uit tot Xbox-icoon, maar dat was natuurlijk niet de enige reden dat Gears en de Xbox 360 een succes werden. De Xbox 360 verscheen ook een jaar eerder én kostte minder dan de PlayStation 3. Maar het was ook een tijd waarin het online multiplayerlandschap gedomineerd werd door het robuuste Xbox Live, terwijl het concept van games-as-a-service nog moest worden uitgevonden. Een shooter als Gears kwam op het juiste moment, op de juiste console.
Over de kwaliteit van Gears of War: E-Day an sich maak ik mij na deze eerste kennismaking weinig zorgen. Ontwikkelaar The Coalition bewijst al jaren dat de serie in goede handen is. Door zowel grafisch als verhalend terug te keren naar de oerdagen van de serie, lijkt er weinig fout te kunnen gaan.
Tegelijkertijd mist Gears of War: E-Day door die risicoloze keuzes een verrassingselement, iets dat ons wegblaast. Door de recente koerswijziging van Microsoft komt Gears of War: E-Day onder een vergrootglas te liggen. Gears moet nu immers (opnieuw) de kar trekken en het merk dragen. Is ‘gewoon goed’ dan goed genoeg?

Al spelende zie ik wel een parallel tussen Marcus Fenix en Gears of War: E-Day. Beiden vechten tegen de bierkaai. Alleen zijn het bij Marcus monsters uit de grond, in plaats van uit de pan rijzende geheugen- en consoleprijzen, een wankelende Game Pass-strategie, en massaontslagen alom.
Geef mij dan die grondmonsters maar. It’s a very, very mad world.