Ik doe op dit moment veldwerk. Elke dag interview of spreek ik wel iemand voor m’n onderzoek. Mijn oorspronkelijke plan was om iedere avond een uurtje Rune Factory te spelen. Ter ontspanning. Het is nu dag twaalf van mijn veldwerkperiode en ik heb die game precies nul minuten aangeraakt. In plaats daarvan speel ik Don’t Stare – een eigenaardige browsergame die draait om ongemakkelijke dates.
Als antropoloog bouw je langdurige relaties op. In plaats van een snelle en onpersoonlijke survey gaat het om contacten van maanden of zelfs jaren. In zo’n periode leer je steeds meer over iemands wereldbeeld, drijfveren, frustraties, zorgen en ethiek. Veldwerk is vaak langzaam en kan juist daardoor betekenisvol zijn, ook voor onderzoekers zelf. Veel van mijn maatschappelijke opvattingen vinden hun oorsprong in m’n eigen onderzoek: wat mensen met me delen en wat we samen meemaken raakt me. Soms is het zelfs transformatief.

Blijf staren
Don’t Stare is het tegenovergestelde van aandachtig en langzaam. Je krijgt twintig seconden om door zoveel mogelijk dates afgewezen te worden. Hoe je dat doet? Door te staren naar een plek waar ze ongemakkelijk van worden. Het ligt er behoorlijk dik bovenop wat die plek precies is. Een date heeft bijvoorbeeld een klein monstertje in diens mond, een ander heeft een extra paar ogen, weer een ander heeft een hoofd in de vorm van een driehoek. Zodra je lang genoeg staart naar de plek waar ze zich onzeker over voelen, pakken ze hun biezen en komt een nieuwe date tegenover je zitten.
In Don’t Stare is afwijzing de enige uitkomst.
Oftewel: Don’t Stare doet alles wat veldwerk niet is en is misschien daardoor een goede manier om even afleiding te zoeken. Maar de game biedt meer: het is een sociale kritiek op een datecultuur die gebaseerd is op oppervlakkige schoonheidsidealen. De eerste paar rondes las ik nog zorgvuldig iemands openingszin en probeerde ik diegene op hun gemak te stellen. Dit bleek ijdele hoop. In Don’t Stare kun je, ironisch genoeg, alleen staren. In tegenstelling tot een op het eerste gezicht vergelijkbare game als Coffee Talk is afwijzing de enige uitkomst.
Vooroordelen als gameplay
Zodra je omarmt wat je te doen staat, komt een meditatief gevoel van flow om de hoek kijken. In plaats van te overwegen wat iemand ongemakkelijk zou kunnen laten voelen, werp je je blik onmiddellijk op alles dat visueel gezien opvalt: een te groot wijnglas, iemands nek die in de knoop zit, een ongewassen shirtje. Dat is qua gameplay heerlijk, maar voor de rest vooral confronterend. Ik merkte dat ik binnen een paar pogingen niet eens meer in me opnam wie er nu eigenlijk voor m’n neus zat.
Sterker nog, ik werd beter in de game naarmate ik waziger uit m’n ogen keek. Juist door me alleen op vormen te richten – ongeacht wat die vormen representeren – haal ik de beste score: zes, soms wel zeven afwijzingen in twintig seconden. Geen idee wie er voor me zat en wat hun levensdoel is. Ik staarde alleen nog naar opvallende visuele contouren en ging op in het metrum van de lofi-soundtrack.

Don’t Stare maakt pijnlijk duidelijk hoe diepgewortelde vooroordelen betrekking hebben op je zintuiglijke ervaring. Op de momenten dat je je laat leiden door je intuïtie, en vooral visuele prikkels, ben je in deze game op je best. Het punt is alleen: je staart dan – zonder erover na te denken – naar aspecten van iemands uiterlijk die klaarblijkelijk afwijken van een normatief idee van schoonheid. Zonder het ooit expliciet te maken ontrafelt Don’t Stare zo de problemen van een vluchtige datecultuur die gebaseerd is op visualiteit. Je kijkt terwijl je eigenlijk niet zou moeten kijken. En je blik, je ongegeneerde blik, gaat ten koste van die persoon tegenover je.
Het kan ook gezelliger
Later dit jaar verschijnt Coffee Talk: Tokyo, het derde deel in de gelijknamige serie. In deze games maak je als barista de favoriete drankjes van je klanten. Hoe vaker zij jouw café bezoeken, hoe beter je ze leert kennen. In het eerste deel raak je bijvoorbeeld bevriend met een elf en een demoon, die worstelen met hun interraciale relatie. Of je spreekt met een politieagent die voor z’n baan onverschrokken moet zijn maar stiekem best bang is voor alles wat er op straat gebeurt.
In deze game zijn nieuwsgierigheid en oplettendheid zinvol, niet om de game uit te spelen, maar om jou over je eigen waarden te laten nadenken.
De insteek van Coffee Talk belichaamt waarom ik ooit antropologie ben gaan studeren. De verhalen die mensen vertellen doen ertoe. Hoe we ons tot onze omgeving en elkaar verhouden zegt veel over wie we zijn en waar we op hopen. In het kleinste gesprek openbaart zich soms een hele levensfilosofie. Dat is het bizarre van sociale relaties: ook al praat iemand over koetjes en kalfjes, dan nog is dat een inkijkje in diens ideologie. Als ik Coffee Talk speel, probeer ik zo aandachtig mogelijk te zijn – al is het maar om te onthouden wat iemand het liefste drinkt, of wat hen op dit moment drijft. In deze game zijn nieuwsgierigheid en oplettendheid zinvol, niet om de game uit te spelen, maar om jou als speler over je eigen waarden te laten nadenken.
Ik verwachtte dat Don’t Stare een vergelijkbare insteek zou hebben. De vormgeving en soundtrack van de game scheppen ook die verwachting. Wat pixels hier, een chille soundtrack daar. Maar wat ik kreeg was een tegengif. Don’t Stare zet het genre van de cozy game op z’n kop. Je krijgt geen tijd om na te denken. In plaats van begrip en duurzame relaties draait het alleen maar om eerste indrukken en afwijzingen. Eigenlijk is niemand echt aardig tegen elkaar. Zelfs de clubeigenaar is altijd nors. En zelf blijf je maar staren en afgewezen worden. Er zit niets anders op. En het gekke is: precies vanwege dit onophoudelijke ongemak is Don’t Stare bij uitstek een game voor antropologen. Sociale relaties zijn namelijk zo simpel nog niet.