Op zoek naar vakantie in de krochten van Steam

Digitaal zomergevoel

Na bijna twee jaar geen vakantie, begint het toch een beetje te jeuken. Een biertje aan het strand, een dag lang uitzakken op het balkon, lang genoeg in het zwembad blijven liggen dat m’n vingers gaan rimpelen – het lijkt ondertussen een verre droom.

Goed, om die dorst te lessen zou ik natuurlijk een van de grote open world games kunnen opentrekken. De aanstaande remake van Assassin’s Creed Black Flag, misschien, of een Zelda. Maar zijn vakanties niet voor nieuwe ervaringen?

Horrorgames vallen af – de angst voor het onbekende is een vruchtbaar horrorthema, I know, maar niet mijn vibe. Nee, het is tijd voor een duik in de diepe krochten van Steam en Game Pass, op zoek naar de ideale (recente!) vakantiegame.

Wegdromen boven een hengel

Een paradijselijk berglandschap spreidt zich voor je uit. Een groot meer, groene heuvels, besneeuwde pieken op de achtergrond en echte Amerikaanse blokhutten, her en der verspreid. Oh, en voor de horrorliefhebbers zijn er de ontlichaamde stemmen die je ontluisterend opgewekte dingen toefluisteren over vissen en hengels. Die negeren we.

Call of the Wild: The Angler is een vis-open-world-game die je meeneemt naar een alternatieve realiteit waarin alles om vissen draait. Tot in het absurde: zelfs die schijnbaar niet aan vis gerelateerde blokhut in de hoek staat vol met dozen vol aas. Sorry.

Ik hou niet van vissen en eigenlijk ook niet van visgames. Maar in The Angler lijken twee soorten games met elkaar in gevecht: de realistische visgame die het wil zijn, vol metertjes en keuzes over aas en haken, en een soort meditatieve vakantie-ervaring. Hou je op met staren naar je metertjes, dan zie je geen snars van wat je in dat water aan het doen bent. Wil je zelfs de dobber maar zien , moet je eerst de zoomknop indrukken. Vissen? Waar?

Maar oh, wat is dit een heerlijke wegdroomgame buiten die stomme hengel om. De krekels die om je heen zingen. Het water wat zo heerlijk rustgevend naar je toe kabbelt, met liefde vormgegeven. Die mooie blauwe lucht. ‘Vang vijf vissen’? Rot op. Ik kan uren naar deze game staren, totdat ik er in verdwijn.

Call of the Wild: The Angler. Release: 2022, sinds kort op Game Pass.

Manage andermans vakanties

Misschien is een beetje controle ook wel een goede eis voor een vakantiegame. Jezelf de illusie gunnen dat je de wereld naar je hand kan zetten, een mooie bubbel kan creëren: ook dat is vakantie.

Hotel Architect geeft je die controle. Of het nu Parijs is, Londen of het pittoreske Schwarzwald, je krijgt het gereedschap om een gerieflijk hotelletje neer te zetten. In eerste instantie komen er alleen maar backpackers, maar zodra je kamers ook een eigen wc krijgen en het behang niet meer van de muren valt, trek je beter betalende gasten aan.

Als je het wil, natuurlijk. Snel speel je de sandbox-modus vrij – dan bouw je als je het wil zo het hostel van je dromen. Fuck die rijkelui!

Eigenlijk zijn er weinig grappen over deze game te maken. Hotel Architect is gewoon een verdienstelijke managementsim met een heldere interface, her en der wat grappige kwinkslagen (je moet ook het menu van je restaurant goed samenstellen, de keuken inrichten en uiteraard de arme overwerkte bediening al dan niet van toereikend salaris voorzien) en een upgradesysteem dat na een recente update net een tikkeltje uitdagend is geworden. Met een sprankeltje Theme Hospital-humor voor de liefhebber.

Alleen tja: het managen van al die salarissen en zeurende gasten is ook niet wat je noemt rustgevend.

Hotel Architect. Release: 2026.

Zwemmen in de oceaan

Ik zet Subnautica 2 aan. Ik duik de (prachtig blauwe, kleurrijke, paradijselijke) oceaan in. Ik verdrink bijna. Ik zwem omhoog. Onderweg word ik geschept door een zeemonster.

Okee, er is een chille rondslof-modus, dat geef ik toe. Maar een totaal tekort aan uitdaging is ook niet per se leuk. Geef me een functie om af en toe op de rand van mijn scheepje te zitten en met de benen in het water naar de zonsondergang te turen, Subnautica. Misschien een hengel zonder zichtbare dobber. En een strandje. Dan kom ik wel terug.

Volgende.

Subnautica 2. Release: 2026, op Game Pass.

Pokemon door een zesjarige met krijtjes

In Kabuto Park ga je op vakantie naar een kinderschilderijtje, gemaakt door een Pokémon-fan. Een vakantiemaand lang bezoek je het Kabuto-park, een landelijk paradijsje vol lange grassen. En net zoals in Call of the Wild alles om vissen draait, heeft iedereen hier maar één hobby: insecten vangen. Er blijkt een heuse insectenboksring in Kabuto te bestaan, een beetje als hanengevechten maar dan zonder bloed.

Dan moet je wel eerst insecten hebben. In de schattige, handgetekende omgevingen mag je telkens op twee plekjes kijken (tot een upgrade, natuurlijk). Vind je een insect, dan moet je op het juiste moment op een knop drukken en mag je ‘m houden. Of verkopen. Voor snoep. God, de biodiversiteit in Kabuto Park moet echt met enorme sprongen achteruitgaan.

Tijdens de net zo lieflijk vormgegeven gevechtjes duwen jouw insecten die van je vijand van het bord. Als je geluk hebt. Er zit een kleine deckbuilder aangeplakt – met de juiste kaart geef je jouw insecten een extra zetje, of deprimeer je die van de tegenstander zo dat ze helemaal verslappen. Het blijft allemaal gerieflijk, lekker rustig, zoals je van een vakantie op het platteland verwacht. Pokémon zonder alle stress, met de stoel in het gras en genieten van het uitzicht.

Tenzij je mij bent. Dan vraag je je continu af wat de dierenpolitie hiervan zou vinden.

Kabuto Park. Release: 2025, sinds kort op Game Pass.

Gooi die rotzooi maar op de camper

Een kampeergame dan? Zelf denk ik alleen maar griezelend terug aan de grote, stinkende Amerikaanse camper waar mijn vader ons in rondreed, maar het Nederlandse Outbound belooft een andere ervaring: lekker rondkarren terwijl je langzaam maar zeker het huis op het dak van je kampeerwagen inricht.

Terwijl een vrolijke maar ietwat te nette vrouwenstem (geen AI!) je toespreekt, klim je het dak op en timmer je wat muurtjes. Dan ga je hout verzamelen. Dan terug naar het busje, waar je het hout via de industriële zaagmachine op de stoel achter die van de chauffeur verwerkt tot iets nieuws. Dakje op de muurtjes, een paar kastjes, een plankje waar je straks iets neer kan zetten.

De game houdt hierbij zijn gezicht strak in de plooi. Maar dat gedrocht bovenop je busje wordt wel heel snel potsierlijk. Ik zit te wachten tot dit amateurtimmerproject naar beneden dondert. Knusser is de binnenkant van het busje. Een gemiste kans.

Het helpt niet dat er in de vrij simplistisch ontworpen omgeving niet heel veel te zien is. Ja, er zijn bosjes, riviertjes, bergen, huisjes op heuvels met de sleutels al spreekwoordelijk voor je in het sleutelgat gestoken. Maar zodra je vechtend tegen je frustrerend snel dalende energiemeter terugkeert, staat hij er weer. De rijdende Toren van Pisa.

Zo erg waren onze kampeertripjes nu ook weer niet.

Outbound. Release: 2026, op Game Pass.

Vechten met beren en varkens in de wildernis

Camping Simulator pretendeert dan weer een realistische kampeersimulator te zijn. Zo bouw je je tent stukje voor stukje op: eerst het grondkleed, dan het skelet, dan het tentdoek en de haringen. Voor de veiligheid moet je ‘s avonds een vuurtje stoken, koffie maak je met de mochapot op het vuur en eten doe je uit blikjes die je van huis hebt meegenomen. En wee je gebeente als je ‘s avonds in het donker op pad gaat – dan zie je geen hol.

Realistisch! Tot je in de bosjes je eerste wilde varken tegenkomt. Dan trekt Camping Simulator zijn masker af. Dit is toch een ordinaire horrorgame. Ik probeer wanhopig te herinneren waar de bijlknop zit, en– Respawn! Terug naar het varken, ditmaal met de bijl al geheven. Wacht, waar is het vark– shit. Respawn!

Het duurt tien minuten. Dan sta ik ineens in de grot van een beer. Leg een val neer en lok de beer, zegt het spel. Maar dan komt die beer op een topsnelheid aangerend waar een gazelle jaloers op zou worden. Ik race weg, kom met mijn been in m’n eigen berenval terecht, en– respawn!

Waarna de game vrolijk meldt dat de beer ook is gesneuveld. Is dit een grap? Is dit serieus? Het hongerige hoofdpersonage schuift als antwoord een heel blik perziken fysiek in zijn mond.

Camping Simulator. Release: 2025.

Wat zijn jullie ultieme vakantievibegames? Laat het ons (en mij) weten in de reacties!

Foto van Len Maessen
Len Maessen
Werd twintig jaar geleden per ongeluk geronseld door een Zweedse esportssite en bleef plakken. Speelt rare games. Schrijft sinds 2018 voor NRC Handelsblad over games als kunst én economische motor. Kippenvrouw bij de lokale omroep.
3 Reacties